Tanja
Geplaatst op
0 Reactie(s)
 lezen
Hoofdstuk 1: Zindelijkheidstraining: wanneer begin je ermee?

Hoofdstuk 1: Zindelijkheidstraining: wanneer begin je ermee?

Als je een kind hebt, komt er een moment waarop je gaat nadenken over zindelijkheid. Het is een belangrijke stap op weg naar zelfstandigheid voor je kind, maar het is ook gewoon handig als je kind zindelijk wordt.

Geen gedoe meer met luiers en verschonen. Maar veel ouders hebben vragen over wanneer je ermee kunt beginnen. Er is alleen geen vaste leeftijd waarop alle kinderen standaard kunnen beginnen met zindelijkheidstraining en ook geen vaste methode waarmee je aan de slag kunt.


Het ene kind is er vroeger klaar voor, zowel fysiek en mentaal, dan het andere. Er zijn vier signalen waarop je kunt letten, waaraan je kunt zien dat je kind klaar is voor zindelijkheidstraining. 

Deze zijn verdeeld over vier ontwikkelingsgebieden.

 

I. Lichamelijke ontwikkeling


Om zindelijk te kunnen worden, is het nodig dat je kind controle heeft over zijn blaas en darmen. Dat betekent dat het kind bewust moet zijn van het feit dat hij moet poepen of plassen en dat op kan ophouden, net zolang tot hij bij de wc of het potje is.

Het is wetenschappelijk nog steeds niet helemaal duidelijk vanaf welke leeftijd dit kan, maar de meeste gegevens wijzen op een leeftijd vanaf 12 maanden tot 24 maanden


Hoe kun je zien of je kind zover is in zijn ontwikkeling? Er zijn enkele tekenen die hierop wijzen:

 

  • Als je kind plast of poept in de luier, trekt hij aan de luier. Je kunt aan je kind merken dat hij zich ervan bewust is dat er iets gebeurt;
  • Je kind toont interesse in het potje en/of de wc, en ook voor wat er uit zijn lichaam komt;
  • Je kind wordt na een nacht slapen wakker met een droge luier. Hieruit blijkt al meer controle over de darmen en blaas.



Dit zijn tekenen dat je kind fysiek er aan toe zou kunnen zijn om met zindelijkheidstraining te beginnen. Maar het is net zo belangrijk dat je kind hier mentaal aan toe is.


II. Verbale en cognitieve ontwikkeling


Er komt heel wat kijken bij het proces van je ontlasten.

Niet alleen moet je kind het gevoel van poepen of plassen gaan herkennen, zij/ hij moet ook beseffen wat hij daarmee moet doen: naar het potje of de wc gaan --> het ondergoed uittrekken--> gaan zitten en dan goed aanvoelen of zij/ hij al klaar is of niet, zodat hij niet te vroeg opstaat.

Dit vergt weer geduld en concentratie. 

Deels is dit afhankelijk van het inzicht van je kind, maar ook of het jouw uitleg hierover kan begrijpen.

Als ouder leg je uit dat er een verband is tussen het gevoel dat een kind in zijn buik heeft (dat hij moet plassen of poepen) en dat hij daarna op het potje of de wc moet gaan. Het is belangrijk om dit uit te leggen, omdat kinderen zelf nog geen verband kunnen leggen tussen het gevoel en de noodzaak om daar iets mee te gaan doen.

Er is hiervoor een niveau van mentale rijpheid nodig en een woordenschat die woorden omvat als plassen, poepen, ondergoed, potje, wc en de woorden die je gebruikt om de geslachtsdelen en de anus te omschrijven. 

Dus de mentale ontwikkeling is ook heel belangrijk om zindelijk te kunnen worden. Het kind moet zijn lichaam leren kennen, de link kunnen leggen tussen een gevoel in zijn lijfje en de motivatie om daar iets mee te gaan doen.

Het kind moet leren plannen, zijn concentratie bewaren, geduld hebben en instructies kunnen opvolgen. Als je kind aan deze voorwaarden voldoet, dan zou het kunnen zijn dat het klaar is voor de zindelijkheidstraining. 


III. Motorische ontwikkeling


Dat je kind moet kunnen lopen om zindelijk te kunnen worden, ligt voor de hand. Maar dat is niet de enige motorische vaardigheid die nodig is. Het vergt vooral fijne motoriek om naar de wc te kunnen gaan. Je kind moet zelf zijn kleren aan- en uit kunnen trekken.

 

Natuurlijk is het ook mogelijk dat je kind wel op de wc kan, en dat je hem weer helpt met de knoopjes vast te doen. Maar enige zelfstandigheid en een redelijke beheersing van de fijne motoriek is een voorwaarde om zindelijk te kunnen worden.


IV. Emotionele groei en sociaal bewustzijn


Op een gegeven moment merk je dat je kind graag groot wil zijn, net als papa en mama doen of als een groter broertje of zusje. Ik kan het zelf wel is een veel gehoorde kreet.

Dat kan een grote hulp zijn voor het proces om zindelijk te worden. Het geeft aan dat de wil er is en de behoefte om iets goed te doen.

Daarnaast valt op dat vanaf een maand of 18, kinderen meer naar het gedrag van oudere kinderen kijken en proberen ze na te doen. Ook dit imiteren en het verlangen de dingen te kunnen doen die grotere kinderen kunnen, zullen helpen bij het zindelijk worden.

Als je merkt dat je kind deze tekenen vertoont, kun je hier op inhaken.



Conclusie: De ontwikkeling van het kind als uitgangspunt


Hoewel we het proces van zindelijk worden een “training” noemen, zou het feitelijk niet zo genoemd moeten worden.

We zijn onze kinderen niet daadwerkelijk aan het trainen, we begeleiden ze. Het gaat hier om een natuurlijk proces, waarbij de ontwikkeling van het kind de maatstaf is.

Als ouder observeer je je kind en bepaal je of het er aan toe is. Zo niet, dan is het beter nog even te wachten. En is het kind er wel aan toe, dan kun je het helpen en in de goede richting wijzen. Te vroeg beginnen of te snel willen gaan, kan later voor problemen zorgen.

Dus we raden aan om uit te gaan van de mogelijkheden van je kind en van daaruit aan de slag te gaan.

 

 

Alle hoofdstukken:

 

Hoofdstuk 1: Zindelijkheidstraining: wanneer begin je ermee?

Hoofdstuk 2: Zindelijkheidstraining, ben je er als ouder klaar voor?

Hoofdstuk 3: Checklist voor de zindelijkheidstraining (met gratis download!)

Hoofdstuk 4: 10 technieken voor zindelijkheidstraining

Hoofdstuk 5: Zindelijkheidstraining tips en advies bij problemen

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter

* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden
WebwinkelKeur Webwinkel Keurmerk
Wij slaan cookies op om onze website te verbeteren. Is dat akkoord? Ja Nee Meer over cookies »