Tanja
Geplaatst op
0 Reactie(s)
 lezen
Hoofdstuk 4: 10 technieken voor zindelijkheidstraining

Hoofdstuk 4: 10 technieken voor zindelijkheidstraining

Als je denkt dat je kind klaar is om te beginnen met zindelijkheidstraining, dan sta je voor de keuze hoe je dat aan gaat pakken. Er zijn verschillende methodes en je weet niet goed hoe je kind gaat reageren.

Het hangt er ook maar vanaf hoeveel tijd je zelf hebt en wat er past binnen je huishouden. Je hebt vast ook al verschillende meningen van vrienden of familie gehoord, iedereen heeft wel fantastische verhalen te vertellen over wat zo goed bij hen werkte.

Maar jij bent degene die jouw kind kan helpen, en jij kunt het beste kiezen wat bij jouw en je gezin past. Wees je ervan bewust dat je één methode kunt gebruiken, of elementen van verschillende kunt combineren.

Bekijk wat jouw kind zou kunnen motiveren en wat je prettig vindt werken. We zetten hier enkele methodes op een rijtje, zodat je rustig en weloverwogen kunt besluiten hoe je het wilt aanpakken.


 

Hier alle technieken op een rij:

 
Methode 1: Zindelijk in 1 dag
Methode 2: De methode van Dr. Phil
Methode 3: De kind-gerichte methode
Methode 4: De tips voor zindelijkheidstraining van Dr. Sears
Methode 5: De zindelijkheidstraining van Dr. Spock
Methode 6: De zindelijkheidstraining van Azrin en Foxx
Methode 7: Zindelijkheidstraining bij baby's
Methode 8: Zindelijkheid door gebarentaal voor baby's
Methode 9: Creatieve zindelijkheidstraining
Methode 10: Zomer zindelijkheidstraining

 

 

Methode 1: Zindelijk in 1 dag


Misschien lijkt het onmogelijk, maar deze methode werkt echt. Hij is bedacht voor kinderen met een beperking. De techniek is gebaseerd op het observeren van de gezichtsuitdrukkingen en bewegingen van je kind, voordat deze naar het potje moet gaan.

 
Als je die kent, kun je je kind op tijd naar het potje brengen. De methode werkt, maar kost veel tijd voor de ouders. 

Het is handig om bij deze werkwijze de volgende termen te gebruiken. Als eerste is er de Grote Dag. Dit is de dag waarop je je kind zindelijk leert worden.
 
De luier gaat uit en het kind gaat op het potje. Voor die dag is er de Voorbereidingstijd, deze duurt ongeveer 2 weken, afhankelijk van de situatie. Na de Grote Dag is er een periode van Controle, van ook ongeveer 2 weken. Tijdens deze periode kan je kind wel ongelukjes hebben, het is niet zo dat alles meteen foutloos gaat.

Er zijn twee uitgangspunten die belangrijk zijn om te werken met de Zindelijk-in-1-dag methode. Als eerste wordt er vanuit gegaan dat we leren door te zien.
 
Kinderen leren door een voorbeeld en doen het na. Vandaar dat er een speciale pop gebruikt wordt om je kind te helpen zindelijk te worden.
 
Het tweede concept draait om consequenties. De natuurlijke consequenties (gevolgen) ontstaan door de acties van het kind zelf. Logische consequenties ontstaan ook door gedrag, maar zijn opgelegd door de ouder. In dit geval kan het kind zelf de consequenties van gedrag zien, door met de pop te spelen.

De speciale jongens- of meisjes pop die gebruikt wordt, zal je kind helpen bij de zindelijkheidstraining. De pop draagt een trainingsbroekje, kan drinken en moet daarna op het potje. Het leuke is dat je kind nu eerst bij de pop kan zien wat er gebeurt.
 
Zijn broek wordt nat. Samen met je kind kun je de volgende keer de pop op tijd op het potje zetten en de pop belonen met een feestje. Leg je kind uit dat, als hij zelf op het potje kan gaan, hij ook een feestje zal krijgen.
 
De pop draagt ook het ondergoed voor grote kinderen. Op het moment dat de Grote Dag komt, mag ook jouw kind dat ondergoed dragen. Het kennismaken en spelen met de pop gebeurt in de Voorbereidingstijd.

Als je denkt dat je kind klaar is voor de Grote Dag, kan de luier uit. Zorg dat er deze dag op niets anders gelet hoeft te worden dan zindelijkheid. Alle aandacht moet naar je kind gaan.
 
Geef je kind deze dag veel te drinken. Vraag hem regelmatig of hij moet plassen. Als hij nee zegt, dan is dat goed. Gebeurt er een ongelukje, dan is dat geen reden voor boos worden.
 
Het is de bedoeling dat het een positieve ervaring wordt. Breng je kind naar het potje en laat hem er toch op zitten. Blijf dit herhalen, tot tien keer aan toe (dus ook als je kind niet hoeft te plassen). Dit zorgt voor een steeds sterkere herinnering. 

Na de Grote Dag blijf je rustig en volhardend bezig met het zindelijk worden. De meeste kinderen hebben het binnen een week door en hebben dan geen ongelukjes meer. Gebeuren er nog wel ongelukjes, wees je dan bewust van het feit dat niet elke methode voor elk kind geschikt is.
 
=> Een positieve benadering blijft erg belangrijk. Steun je kind altijd en beloon hem of haar als het wel goed gaat.


Methode 2: De methode van Dr. Phil


Deze methode lijkt erg op de vorige. Ook hier kun je de speciale poppen bij gebruiken. Er wordt echter ook gekeken naar wat jouw kind kan motiveren en hierbij kun je een held gebruiken.
 
Wie is de superheld van jouw kind? Gebruik dezelfde stappen die bij de Zindelijk-in-1-Dag methode worden gebruikt.
 
Op de Grote Dag, als je kind voor het eerst iets op het potje heeft gedaan, gaan jullie feest vieren. En als klap op de vuurpijl mag je kind zijn superheld opbellen.
 
Zorg dat je een vriend of familielid zo ver krijgt dat deze de held wil spelen en het telefoontje van je kind aanneemt. Je kind zal supertrots zijn en dit gevoel vast willen houden. Zo kun je de zindelijkheid verder stimuleren.

Kindtypes


Dr. Phil gaat ook uit van de eigenheid van elk kind. Er zijn drie soorten kindtypes, en daarmee kun je rekening houden met je stijl van opvoeden.
 
Zo zijn er de kinderen die graag samenwerken. Kenmerken van deze kinderen zijn dat ze graag betrokken worden bij het nemen van besluiten, ze willen graag verantwoordelijkheden en willen gehoord worden. Door samen te werken komen ze tot bloei. Ze willen delen, maar ook gewaardeerd worden. 

Het rebellerende kind zoekt macht en doet dit door zich te misdragen, dramatisch te doen en aandacht te trekken. Ook als dit op een negatieve manier is. Ze willen opvallen en het gevoel hebben controle te hebben. Ze zullen vaak de strijd aangaan, niet alleen met hun ouders, maar met elke machtsfiguur. Ze houden niet van veel regels. Als er teveel regels zijn, zullen ze deze negeren.

Als laatste is er het passieve kind. Ze zijn wat verlegen, hebben structuur en voorspelbaarheid nodig. Alleen dan voelen ze zich veilig. Ze vragen een ouder om hen te leiden, om hen te zeggen wat ze moeten doen. Ze reageren het beste op een directe benadering.
 
Leg ze duidelijk, stap voor stap uit wat ze moeten doen en hoe ze het moeten doen. Dan zullen ze ook zeker kunnen slagen. Deze kinderen houden niet erg van nieuwe en onbekende situaties. Laat ze er op een rustige manier mee kennis maken, neem daar de tijd voor. 

Opvoedstijlen


Naast het feit dat kinderen ingedeeld kunnen worden in verschillende types, kunnen ouders ingedeeld worden in hoe ze hun kind opvoeden. Hoe ga je om met regels, hoeveel inspraak krijgen kinderen in het dagelijks leven?

De autoritaire ouder geeft duidelijke regels en verwacht ook dat het kind zich er aan houdt. Deze ouder is niet flexibel en maakt ook de meeste beslissingen binnen het gezin.
 
Als je zo'n ouder bent gebruik je een systeem van belonen en straffen. Hiermee ga je eerlijk om, maar je bent wel streng. Als de regels niet gevolgd worden kun je behoorlijk fel worden.

De ouder die zijn kinderen opvoed als gelijken (de equalitarian parent) geeft zijn kinderen keuzes. Deze ouder ziet zijn gezin als een team en de familie is een soort democratie. Beslissingen worden gezamenlijk genomen en problemen samen opgelost. Alle kinderen hebben een stem en die wordt gehoord. De communicatiestijl is open.
 
Kinderen die opgroeien binnen een dergelijk gezin, leren goed compromissen sluiten. De regels die er zijn, zijn voor de hele familie. De regels worden uitgelegd en er zijn redelijke consequenties als de regels niet opgevolgd worden. De ouder die op deze manier opvoed, ziet een straf als een mogelijkheid om het kind een belangrijke les te leren.

De toegeeflijke ouder voedt op met zachte hand. Als je je herkent in deze opvoedstijl, geef je je kinderen veel ruimte en vind je dat ze hun eigen ideeën mogen volgen. Je moedigt je kinderen aan en leert ze zich in te leven in anderen en hun eigen interne motivatie te volgen.
 
Je vindt het belangrijk dat ze leren om zichzelf altijd te verbeteren en dat ze die dingen bereiken, die belangrijk voor ze zijn. Je weet goed hoe je je kind voorzichtig hier en daar kunt bijsturen. Je vindt het belangrijk dat je kind zich altijd kan uiten, dat hij zijn mening kan geven en dat zijn creativiteit de ruimte krijgt.

Opvoedstijlen en zindelijkheidstraining


Zoals elke ouder zijn eigen opvoedstijl heeft, zo is elk kind ook uniek in wat hem of haar kan motiveren. Als volwassene heb je de verantwoordelijkheid om te kijken of je opvoedstijl wel past bij het type kind dat je hebt.
 
Een rebels kind zal zeer tegendraads reageren op de autoritaire opvoedstijl. En zo zal een passief kind niet veel kunnen met een toegeeflijke opvoedstijl.
 
Dit kind zal meer baat hebben bij een duidelijke uitleg en een helpende hand, om over zijn initiële verlegenheid te komen. De zindelijkheidstraining is een nieuwe ervaring voor kinderen. Door sensitief om te gaan met je kind en te kijken waar het behoefte aan heeft, kun je sneller je doel bereiken.
 
Geef het rebelse kind meer verantwoordelijkheid, geef het de ruimte en het gevoel dat het zelf controle heeft over zijn eigen training. Werk samen met je kind als dat opbloeit door samen met jouw deze training te doen.
 
Overleg met je kind over wat hem zou motiveren en hoe hij het beste zijn doel kan bereiken. En zorg dat je je passieve kind alle uitleg geeft die het nodig heeft om zich zeker te voelen. Op deze manier heeft elk kind de kans met een goed gevoel zijn doel te bereiken.


Methode 3: De kind-gerichte methode


Deze methode gaat er vanuit dat het proces om zindelijk te worden op een rustige manier moet worden aangepakt. Er moet goed de tijd voor worden genomen, zodat er ruimte is voor de eigenzinnigheid en eventuele weigeringen van het kind.
 
Gedrag, dat bij deze leeftijd hoort. Als het kind even niet meer wil, dan zouden ouders een stap terug moeten doen en een pauze in moeten lassen. Het kind kan gerustgesteld worden dat hij het later wel zal leren.

Het is belangrijk te kijken of je kind klaar is voor de zindelijkheidstraining. Let op de signalen van je kind, zoals deze eerder in deze gids genoemd zijn.
 
Ook als ouder moet je omgaan met de spanning, waarmee de training gepaard kan gaan. Je zult druk voelen van de omgeving, door de meningen van anderen en ook misschien bang zijn dat je kind het niet goed zal oppikken. Het is de bedoeling dat je ontspannen aan de slag gaat met de zindelijkheidstraining en je kind zonder druk hierin begeleidt. 

De stappen van de kind-gerichte methode


  • Stap 1: Als je kind rond de 18 maanden is, introduceer het potje als een stoeltje, dat alleen voor het kind is. Laat je kind er aan wennen en leg een verband met de wc voor volwassenen.

 

  • Stap 2: Laat je kind dagelijks, met zijn kleren aan, op het potje zitten, op het moment dat je zelf ook naar de wc gaat. Je kunt je kind belonen als het erop zit, maar laat hem gaan als hij geen zin meer heeft.

 

  • Stap 3: Als je kind 1 of 2 weken zo meegedaan heeft, doe dan de luier uit. Laat je kind dan op het potje zitten. Laat dit vrijblijvend zijn, zonder het verlangen dat er iets meer dan dat gebeurt.

 

  • Stap 4: Als het kind zich op zijn gemak voelt rond het potje en in zijn luier plast of poept, neem hem dan mee naar het potje en leeg (voor zover dat gaat) de luier erin. Leg uit dat dit is waar plas en poep in gaat. Als je kind dit lijkt te begrijpen, breng hem enkele keren per dag naar het potje.

 

  • Stap 5: Als de interesse groeit, trek dan voor korte tijd de broek en de luier uit en zet het potje in de buurt. Moedig je kind aan het te gebruiken als hij zin heeft. Herinner je kind hier af en toe aan.

 

  • Stap 6: Als je ziet dat dit werkt, trek je kind dan een trainingsbroekje aan en leer hem hoe hij deze zelf omhoog en omlaag kan trekken. Het is nu maar een kleine stap naar volledige zindelijkheid. De zindelijkheid voor 's nachts komt later.

 

Methode 4: De tips voor zindelijkheidstraining van Dr. Sears


Als je kind klaar is voor zindelijkheidstraining, raadt Dr. Sears (bekend van The Doctor's Show en een erkend arts in zijn familiepraktijk in Californië) aan om enkele hulpmiddelen in te zetten.
 
Als eerste is het handig een potje te hebben, liefst een met een verwijderbaar bakje. Als trainingsbroekjes raadt hij katoenen broekjes aan, zodat je kind het goed voelt als ze nat worden.
 
En als laatste zijn de speciale poppen onmisbaar, die helpen bij de zindelijkheidstraining. Kinderen leren door het voorbeeld, dus ze zijn een grote hulp.

De meeste problemen bij de zindelijkheidstraining, ontstaan volgens Dr. Sears doordat ouders teveel druk leggen op het kind. Dit kan er toe leiden dat je kind zijn poep en plas gaat ophouden en weerstand zal gaan voelen ten opzichte van het naar de wc gaan.
 
Dit kan weer verstopping tot gevolg hebben en uiteindelijk leiden tot pijn bij het poepen of plassen.

Hij benadrukt dat het heel belangrijk is je kind nooit te straffen voor ongelukjes.
 
Deze training is net zo'n grote mijlpaal in de ontwikkeling als leren lopen. Je zou er ook niet over piekeren om je kind te straffen als hij valt, als hij dat aan het leren is. Daarom zou je je kind ook niet moeten straffen voor een ongelukje.
 
Het is wat anders om een consequentie te verbinden aan bepaald gedrag. Je kunt goed gedrag belonen (een sticker, knuffels en verbaal belonen), dat is een consequentie. En als er wel een ongelukje gebeurt, laat je je kind het juiste gedrag een paar keer oefenen. Dus laat hem op het potje zitten, waardoor zijn lichaam beter gaat herinneren wat de bedoeling is.


Methode 5: De zindelijkheidstraining van Dr. Spock


Dr. Spock is een bekende Amerikaanse kinderarts, die wereldberoemd werd door zijn boek Baby and Child Care (in het Nederlands uitgebracht als Baby- en kinderverzorging en opvoeding).
 
In zijn visie is het belangrijkste, te trainen zonder dwang. Het is dan ook beter pas met zindelijkheidstraining te beginnen als het kind tussen de 2 en 2 ½ jaar oud is.
 
Dan is het kind er echt klaar voor en zal het proces verlopen met minder weerstand en conflicten. Het kind zal zelf beslissen dat het net als de volwassenen wil zijn en daardoor gemakkelijker controle krijgen over de darmen en de blaas.

Als je begint met de training, zou je geduld als uitgangspunt moeten nemen. Vertrouw op het verlangen van je kind om te groeien. Wees volhardend en prijs en bemoedig je kind. Vermijd kritiek en boosheid, als er een ongelukje gebeurt of als je kind eens weigert.

Om het proces van zindelijk worden in gang te zetten, laat je je kind in de wc komen, samen met andere familieleden. Zo zal het kennismaken met wat het is om je te ontlasten op de wc, maar zonder de druk om zelf iets te doen. Vertel je kind wat er gebeurt, zodat hij de woorden leert.
 
Doe dit op een duidelijke manier en maak leg uit dat naar de wc gaan een alledaags onderdeel van het leven is. Vermijd beschrijvingen van ontlasting als stinkend of vies. Het is niet nodig dat je kind gaat denken dat poepen of plassen iets smerigs is, want een kind kan dat op zichzelf gaan betrekken. 

Dr. Spock moedigt het gebruik van potjes aan en adviseert leuke boekjes of een speeltje bij het potje te leggen. Zo wordt het leuk om er gebruik van te maken.
 
Geef het kind de tijd om te wennen aan het potje. Laat hem er op gaan zitten met zijn kleren aan, net zo lang als het kind dat zelf leuk vindt. Als je kind er eenmaal aan gewend is, kun je het uitleggen dat hij, net als de volwassenen, er op zou kunnen poepen of plassen.
 
Nog steeds is van belang, dat je kind weg kan gaan als hij dat wil. Het is niet de bedoeling dat hij het gaat associëren met straf of iets waar hij verplicht mee bezig moet zijn.
 
Het moet voelen als iets dat je kind uit eigen wil kan doen. Haal je kind nooit over, dwing hem nooit als hij geen zin heeft. Als je kind iets in zijn luier doet, laat je kind dan zien hoe het in het potje gaat. Leg uit dat hij dat straks ook zelf kan doen. Leeg het potje niet in het toilet en trek het niet door waar je kind bij is. 

Als de interesse van je kind gewekt is, neem je kind dan twee of drie maal per dag mee naar het potje. Let op de signalen die je kind kan geven als hij moet plassen of poepen en houd het potje bij de hand.
 
Prijs hem als hij langere tijd droog is gebleven. Wijs hem erop dat dat net zo is als volwassenen doen, of zelfs zijn favoriete held of heldin. Maar prijs niet overmatig. Op deze leeftijd houden ze daar niet van, want ze willen juist zelfstandig zijn.
 
Als je kind er klaar voor lijkt, kun je hem zonder broek en ondergoed laten rondlopen. Wijs op het potje dat in de buurt staat en geef aan dat hij het kan gebruiken wanneer hij dat nodig heeft. Geef je kind af en toe een herinnering.
 
De luier moet weer om als er een ongelukje gebeurt, of als het kind weigert het potje te gebruiken.

Als je kind eenmaal de controle heeft over blaas en darmen, wat meestal gelijktijdig gebeurt, dan kun je trainingsbroekjes gaan gebruiken.
 
Wees niet boos als er een ongelukje gebeurt, steun je kind in het proces. Nadat je kind zindelijk is, kun je aandacht besteden aan afvegen en handen wassen. Blijf je kind wel helpen, soms zul je zelf even moeten controleren of alles goed is gegaan en helpen met schoonmaken.


Methode 6: De zindelijkheidstraining van Azrin en Foxx, zindelijk binnen een dag


Met deze methode kun je beginnen als je kind minstens 20 maanden is. Er zijn een aantal punten, die je kind moet hebben of kunnen voor je begint: je kind moet korte periodes droog kunnen blijven, hij moet kunnen voelen dat hij moet plassen (dit kun je zien aan de gezichtsuitdrukking of houding).
 
Je kind kan voorwerpen hanteren en lopen zonder hulp. Hij kan 10 instructies achter elkaar opvolgen: wijs je neus aan, je ogen, mond, haar; zit op een stoel, sta op, loop met je ouder naar een andere kamer, imiteer een eenvoudige taak, haal een bepaald voorwerp, stop het ene voorwerp in een ander voorwerp.

Wat je kunt doen om je kind voor te bereiden op de zindelijkheidstraining, is om de weken daarvoor je kind goed te leren zichzelf aan- en uit te kleden. Laat je kind toekijken als anderen naar de wc gaan en leg dan de stappen uit die daarvoor nodig zijn.
 
Leer je kind de woorden die bij het zindelijk zijn horen. Zorg dat je kind instructies goed op leert volgen. Let erop dat alle instructies die je geeft, goed worden opgevolgd. Sta geen woede aanvallen toe, die het proces zouden kunnen verstoren.

Bij deze methode is het volgende belangrijk:

  • Je traint de zindelijkheid in 1 ruimte

 

  • Zorg dat je een voorraadje van de favoriete snoepjes of snacks bij de hand hebt;

 

  • Beperk afleiding en onderbrekingen, zoals speelgoed;

 

  • Zorg dat je weet wie de favoriete persoon van je kind is, wie de superheld is;

 

  • Gebruik een potje dat gemakkelijk in de wc geleegd kan worden;

 

  • Gebruik een pop speciaal voor zindelijkheidstraining, zodat je kind het kan zien als die nat wordt;

 

  • Er moeten tenminste 8 trainingsbroekjes op voorraad zijn, die groot genoeg zijn dat je kind ze zelf kan aan- en uittrekken;

 

  • Zorg dat je kind een kort shirtje of korte trui draagt, zodat hij goed zelf zijn broek aan- en uit kan trekken;

 

 

Belonen


Het is belangrijk om direct een beloning te kunnen geven, met een knuffel, een snoepje of een verrassing. Beloon elke stap positief, zoals naar het potje lopen, de broek uittrekken, gaan zitten op het potje.
 
Vertel je kind vaak dat zijn superheld heel trots is om te zien dat je kind het potje gebruikt en droog blijft. Als je kind niet luistert of een ongelukje heeft, berisp je kind dan en laat hem zelf zijn natte broek omwisselen voor een droge.
 
Laat hem daarna een positief oefenrondje doen, op de volgende manier:

Oefenen volgens Azrin en Foxx


Gebruik de oefenpop om het proces duidelijk te maken en alle handelingen voor te doen. Laat je kind de handelingen bij de pop doen, dus elke stap wordt door de pop gedaan: de broek uit doen, op het potje zitten enz.
 
Als de pop een plas doet op het potje, laat je kind deze dan legen in de wc en doortrekken. Als dit goed gaat, kun je je kind zelf het potje laten gebruiken.

Zorg dat je kind regelmatig zijn eigen kleding controleert om een natte broek te leren herkennen. Beloon en prijs hem als hij droog blijft. Controleer elke 3 tot 5 minuten en gebruik hiervoor een afstreeplijst.
 
Laat je kind goed drinken, zodat hij duidelijk voelt dat hij naar wc moet, dus een glas (250 ml) per uur. Geef je kind opdracht naar het potje te gaan, de broek omlaag te doen en rustig enkele minuten te blijven zitten.
 
Laat hem dan opstaan en de broek weer optrekken. Als er geplast wordt, geef dan onmiddellijk een beloning. Laat je kind zichzelf afvegen en het potje zelf legen.

Oefen dit hele proces om te beginnen elke 15 minuten en daarna minder als je kind het onder de knie krijgt.
 
Controleer elke 5 minuten of je kind droog blijft, en zorg dat je kind dit ook zelf doet. Als je kind op het potje zit, laat hem daar 10 minuten zitten.
 
Als er 2 tot 3 keer geplast is, waarbij je je kind uitbundig prijst, zal je kind het gaan begrijpen en kan er korter op het potje gezeten worden.
 
Verander geleidelijk de opdracht, “Ga naar het potje” in de vraag “Is je broek nog droog?” en “waar is je potje?”.
 
Als je kind naar het potje gaat, vraag dan alleen nog naar de droge broek. Hoe vaardiger je kind wordt, hoe minder je hoeft te belonen.
 
Beloon alleen nog aan het einde, als je kind zijn behoefte op het potje doet en uiteindelijk alleen als je kind droog blijft.
 
Gedurende de volgende dagen, laat je je kind tijdens of na de maaltijd, bij het middagdutje of het naar bed gaan, controleren of hij droog is.
 
Beloon elke keer als je kind droog is gebleven. Zijn er ongelukjes, berisp je kind dan en laat hem zichzelf verschonen. Laat dan weer oefensessies volgen.


Methode 7: Zindelijkheidstraining bij baby's


Het is mogelijk om de zindelijkheidstraining al te beginnen als je baby nog maar enkele weken oud is. Niet alleen scheelt het je honderden, of zelfs duizenden euro's aan luiers, het is ook een goede manier om een band op te bouwen met je kind.
 
Het is ook een heel natuurlijke aanpak. In Afrika en Azië, waar baby's vaak de hele dag door de moeder gedragen worden, is dit ook de manier waarop kinderen zindelijk worden. Het is echter wel een tijdrovende methode en het vergt veel geduld.
 
Uiteindelijk kan je kind wel vroeger zindelijk worden. Merk wel op dat dit niet het doel is van deze training, want het kan goed zijn dat je kind ook met deze methode pas met 18 of 20 maanden zindelijk wordt.

Ook een baby laat het zien als hij moet plassen, het kind gaat trappelen of je ziet het aan zijn gezichtje. Deze “training” (tussen aanhalingstekens, want een baby kun je nog niet echt trainen natuurlijk) is dan ook gebaseerd op lichaamstaal.
 
Als ouder probeer je in te spelen op de signalen van je kind. Je kunt hiermee al beginnen vanaf dat je kind 3 weken oud is.
 
Op het moment dat je ziet dat je kind gaat plassen, zal jij als ouder het kind oppakken en als volgt vasthouden:
 
Je zit op de grond met je benen recht vooruit en je houdt de baby op schoot met zijn gezicht van je af, zodat je kind tegen je aan kan leunen. Maak hierbij het geluid van water (psss, psss).
 
Je baby gaat dit geluid associëren met het plassen. Dit doe je meerdere malen per dag.
 
Als het lukt, beloon je je baby met voeden, knuffelen en spelen. Je kind zal de activiteit gaan herkennen en zelf leren om in deze houding te gaan zitten en met 4 tot 5 maanden kunnen plassen.
 
Baby's kunnen deze techniek leren voor zowel het poepen als het plassen. Om het poepen onder de knie te krijgen, ga je als volgt te werk:
 
Als je denkt dat je kind moet poepen, ga je op de vloer zitten met je knieën gebogen. Je baby zit met zijn gezicht naar je toe en wordt door je benen gesteund.
 
Je hoeft geen geluiden te maken. Als je kind poept beloon je weer zoals hiervoor staat uitgelegd. Als er niets gebeurd kun je de baby weer terugleggen. Het is belangrijk dat er normaal wordt omgegaan met het ontlasten, het is niet privé of vies. 

Er gaat natuurlijk veel tijd en energie in zitten en je moet dit niet willen doen als je hele dagen werkt en het druk hebt. Toch heeft het veel voordelen om dit te proberen.
 
Denk alleen al aan de stapels luiers die het uitspaart. Ouders die deze methode gebruiken, doen hun baby daadwerkelijk geen luiers om. Dat bespaart kosten, maar ook het milieu.
 
Daarbij zal je kind ook geen luieruitslag meer krijgen. Verder is een ander interessant gegeven, dat het erop lijkt dat kinderen steeds later zindelijk worden. Kinderen worden gemiddeld 7 maanden later zindelijk, dan in de jaren zestig en zeventig.
 
En waarom is dat? Omdat de luiers zo comfortabel zijn. Een kind voelt het bijna niet als hij in zo'n luier heeft geplast en zal daardoor de motivatie niet hebben om zijn luier droog te houden. Helemaal geen luiers dragen zal dan ook stimuleren om zindelijk te worden.

Andere voordelen van deze methode, zijn een intensieve band met je kind en het opbouwen van een natuurlijke communicatie. Je leert inspelen op de behoeftes van je baby.
 
Je benut een vroege en gevoelige periode van leren bij het kind. Het vermindert het risico op uitslag en infecties. Je leert je kind al van jongs af aan zijn lichaam aan te voelen. Het is mogelijk je kind vroeg zindelijk te krijgen (vanaf 10 maanden), maar let erop dat dit niet je doel is. 

Niet alle artsen en pedagogen zijn voorstander van deze methode en geven aan dat het ontzettend belangrijk is, dit niet te doen om je kind vroeger zindelijk te krijgen.
 
Zij zeggen dat dit niet mogelijk is, omdat een kind zijn eigen lichaamssignalen niet goed kan interpreteren en zich nog verder moet ontwikkelen. Er komt op deze manier teveel druk op het kind en het kost ouders teveel tijd.
 
Tijd die je beter op een andere manier kunt besteden. Denk je wel dat je hier mee om kunt gaan en je kind alle ruimte kunt geven om op deze manier zindelijk te worden, zoek dan meer informatie over de methode op het internet. Handige zoekwoorden: infant potty training of baby potty training en Early elimination communication.
 
 

Methode 8: Zindelijkheid door gebarentaal voor baby's


Gebarentaal kan helpen om zindelijkheidstraining gemakkelijker te maken. Gebaren zijn voor een kind een eenvoudiger manier om zich mee uit te drukken dan gesproken taal. Er is minder motoriek voor nodig en de hersenfuncties zijn eerder in staat gebaren te begrijpen en daar zelf mee te communiceren, dan met gesproken taal.
 
Kinderen kunnen al van jongs af aan gebaren gebruiken. Als je vroeger begint met het trainen van zindelijkheid met hulp van gebaren, heb je minder last van driftbuien en koppigheid. Je kunt je kind vanaf 6 maanden gebaren gaan leren.

Door het inzetten van gebaren voor de woorden die gebruikt worden bij de zindelijkheidstraining, kan een kind het gemakkelijk zelf aangeven als hij naar de wc moet. Er zijn enkele simpele gebaren die je kunt gebruiken.
 
Begin al bij het verschonen van de luier met het gebaar voor potje (maak een vuist met je duim tussen je wijs- en middelvinger door en schudt deze). Zeg het woord voor potje er wel altijd bij. Gebarentaal is een ondersteuning voor de gesproken taal, geen vervanging.
 
Probeer ook zachtjes het gebaar met de handjes van je kind te maken. Het volgende gebaar maak je met twee handen, beweeg de vingers tegen elkaar.
 
Dat doe je tijdens het drinken, het betekent “meer”. Later kan je kind dit ook gebruiken om aan te geven dat hij nog niet klaar is met poepen of plassen. Veeg je handen voor je lichaam langs, om aan te geven dat iets klaar is. Twee duimen omhoog: goed gedaan!

Bij deze methode kunnen alle andere technieken natuurlijk ook ingezet worden. Denk aan beloningen met je stem, knuffelen, een sticker of iets lekkers en het gebruik van trainingsbroekjes.
 
Ook hier is een positieve benadering en het proces begeleiden met geduld van belang. Het is echter goed mogelijk dat je kind met deze methode al met 18 maanden zindelijk is. 
 

Methode 9: Creatieve zindelijkheidstraining


Deze methode maakt gebruik van het feit dat lauw water een effect op het lichaam heeft. Om te helpen bij de zindelijkheidstraining, zoek of koop je speelgoed dat in het water kan.
 
Zorg dat het speciaal hiervoor is, en dat je kind er nog niet eerder mee gespeeld heeft. Een balletje, een waterrad of een bootje, dat maakt niet uit. De regel is alleen wel: je kind mag er alleen op het potje mee spelen. Als je je niet aan deze regel houdt, werkt het niet.

Als je kind op het potje zit, pak dan een teil of een emmer met lauwwarm water en leg de nieuwe speeltjes erin. Zet deze voor je kind op de grond. Train je je kind al op de wc, dan heb je een verrijdbaar tafeltje nodig. Je kind mag nu lekker met de speeltjes spelen.
 
Als je kind nu echt moet plassen (hij heeft een volle blaas) zal zijn lichaam reageren door het lauwe water. Het is een lichamelijke reflex. Dus als je kind plast, prijs hem dan uitbundig. Een beloning in de vorm van een snoepje of een sticker kan ook gegeven worden.
 
Laat je kind zo lang spelen als hij zin heeft. Als je kind klaar is, ruim het speelgoed dan weer op. Het is echt een goede stimulans voor je kind om weer naar het potje te gaan, omdat hij met het speelgoed wil spelen.

Het effect van deze methode is prachtig. Het geeft je kind een direct gevoel van succes als het lukt om te plassen. Het is ook voor de ouders prettig, want je hoeft niet lang bij het potje te gaan zitten wachten.
 
Ook heb je geen last van worstelingen omdat je kind niet mee wil werken. Dus al met al een gemakkelijke methode om mee te werken. Helaas werkt dit niet voor poepen, daarvoor zul je gewoon geduld moeten hebben en oefenen totdat dat onder controle is.

Methode 10: Zomer zindelijkheidstraining


Het kan erg voordelig te zijn de zindelijkheidstraining in de zomer te laten plaats vinden. Je kunt er lekker de tijd voor nemen, als je zelf vakantie hebt.
 
En je kind kan lekker spelen, zwemmen, kortom zijn gang gaan in zijn blootje. Er zijn veel voordelen aan het buiten rondlopen zonder broek, waardoor zindelijkheidstraining makkelijker wordt.

Als je kind zonder broek, ondergoed en luier mag spelen, kan hij goed voelen wanneer hij naar de wc moet. Als je nog niet bezig bent met zindelijkheidstraining, kun je daar goed mee beginnen als het buiten warmer wordt.
 
Er is niets om een plasje op te vangen, dus je kind zal niet graag een ongelukje krijgen. Je kind zal beter gaan opletten wat hij voelt en naar het potje gaan als hij moet. 

Daarbij komt dat je kind niets aanheeft, waardoor het gemakkelijker wordt om snel te gaan zitten. Je kind hoeft zich even niet bezig te houden met kleren aan- en uittrekken.
 
Het potje staat in de buurt, dus tussen het moment dat je kind iets voelt en het gaan zitten zit heel weinig tijd. Het leren wordt dus iets gemakkelijker gemaakt. Probeer wel je kind te helpen en herinner hem regelmatig aan het potje.
 
Als je een trainingsschema hebt, houd je er dan ook buiten aan. Heb je dat nog niet, kun je dat wel gaan invoeren. 

Leer je kind dat buiten bloot lopen alleen voor thuissituaties is. Het is niet de bedoeling dat je kind hier gewend aan raakt. Ook voor het zindelijk worden, is het belangrijk dat je kind uiteindelijk leert dit ook te doen met kleren aan. Dus houd je aan je eigen schema en blijf consistent.
 
Als er een ongelukje gebeurt, kun je je kind zichzelf laten schoonmaken. Dit kan ook helpen ongelukjes te voorkomen, want het opruimen is toch zo'n pretje niet.
 

 

Alle hoofdstukken:

 

Hoofdstuk 1: Zindelijkheidstraining: wanneer begin je ermee?

Hoofdstuk 2: Zindelijkheidstraining, ben je er als ouder klaar voor?

Hoofdstuk 3: Checklist voor de zindelijkheidstraining (met gratis download!)

Hoofdstuk 4: 10 technieken voor zindelijkheidstraining

Hoofdstuk 5: Zindelijkheidstraining tips en advies bij problemen

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter

* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden
WebwinkelKeur Webwinkel Keurmerk
Wij slaan cookies op om onze website te verbeteren. Is dat akkoord? Ja Nee Meer over cookies »